Vraag en aanbod simulator voor economie havo en vwo
Onderzoek hoe vraag, aanbod en prijs samenhangen. Pas de formules Qv = cP + d en Qa = aP + b aan met sliders of sleep de lijnen in de grafiek. Bekijk de evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid, een vraagoverschot of aanbodoverschot, en het consumenten- en producentensurplus.
Vergelijk minimumprijzen en maximumprijzen, ontdek prijs- en inkomenselasticiteit en oefen met luxe, noodzakelijke en inferieure goederen. De voorbeelden benzine, concertkaartjes en huizenmarkt helpen je het model toe te passen. Test daarna je begrip met de oefenvragen.
De markt
Sleep de lijnen, de coëfficiëntschuiven of de labels P, Qv en Qa op de assen. Vergelijk daarna de uitkomst met het marktevenwicht.
Grafiekonderdelen aan / uit
Sleep P op de y-as en Qv of Qa op de x-as. Pe en Qe geven het marktevenwicht aan (bij Qe geldt Qa = Qv).
Prijs- en inkomenselasticiteit
Vraag:
Aanbod:
Wie heeft voordeel bij deze prijs?
Het verschil tussen wat kopers maximaal willen betalen (groene vraaglijn) en de betaalde prijs, opgeteld over de verkochte hoeveelheid. Zie het blauwe vlak boven de prijslijn.
Het verschil tussen de ontvangen prijs en de minimale prijs waarvoor aanbieders willen verkopen (oranje aanbodlijn), opgeteld over de verkochte hoeveelheid. Zie het gele vlak onder de prijslijn.
De formules achter de lijnen
De schoolformules geven de hoeveelheid als functie van de prijs: Qv = a − b × P en Qa = c + d × P. Gebruik de coëfficiëntschuiven links of sleep een lijn. Een inkomensverandering beïnvloedt d.
Wijzig c en d met de schuiven links, of sleep de groene lijn in de grafiek.
De negatieve coëfficiënt bij P betekent: bij een hogere prijs is de gevraagde hoeveelheid kleiner.
Wijzig a en b met de schuiven links, of sleep de oranje lijn in de grafiek.
De positieve coëfficiënt bij P betekent: bij een hogere prijs is de aangeboden hoeveelheid groter.
Evenwicht: beide lijnen hebben dezelfde P én Q.
Wat heb je veranderd?
Wat gebeurt er nu?
Oefenvragen
Voorspel eerst wat er gebeurt. Kies een antwoord en lees daarna de uitleg. Gebruik de simulator om het zelf na te spelen.
Hoe werken vraag en aanbod?
De vraaglijn laat zien hoeveel consumenten willen kopen bij elke prijs. In dit model is Qv = cP + d, met c kleiner dan nul: bij een hogere prijs neemt de gevraagde hoeveelheid af. De aanbodlijn volgt Qa = aP + b, met a groter dan nul: bij een hogere prijs neemt de aangeboden hoeveelheid toe.
Marktevenwicht, tekort en overschot
In het marktevenwicht geldt Qa = Qv. Bij een prijs boven de evenwichtsprijs ontstaat in dit model een aanbodoverschot; bij een lagere prijs ontstaat een vraagoverschot, oftewel een tekort. Een bindende minimumprijs ligt boven de evenwichtsprijs. Een bindende maximumprijs ligt eronder.
Consumenten- en producentensurplus
Het consumentensurplus is het verschil tussen wat consumenten maximaal willen betalen en wat zij daadwerkelijk betalen. Het producentensurplus is het verschil tussen de ontvangen prijs en de minimale prijs waarvoor producenten willen aanbieden. De simulator kleurt deze gebieden in de grafiek.
Prijselasticiteit en soorten goederen
De prijselasticiteit van de vraag beschrijft de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid bij een procentuele prijsverandering. Bij een absolute waarde groter dan één is de vraag prijselastisch; bij een waarde kleiner dan één prijsinelastisch. De elasticiteit kan langs dezelfde rechte vraaglijn verschillen.
Inkomenselasticiteit gaat over een verandering van inkomen. Bij normale goederen neemt de vraag toe als het inkomen stijgt. Luxe goederen reageren meer dan evenredig, noodzakelijke goederen minder dan evenredig. Bij inferieure goederen neemt de vraag af wanneer het inkomen stijgt. Deze indeling staat los van de prijselasticiteit.